H. Gerardus Majella

H. Gerardus MajellaGerardus Majella werd geboren op 6 april 1726 in Muro bij Napels. Hij kreeg dezelfde naam als zijn oudere broer die tien dagen na zijn geboorte was gestorven. Zijn familie was armoedig en toen zijn vader, die kleermaker was, ziek werd van de tering, werd het gezin steeds armer. Zijn vader stierf toen Gerardus 12 jaar was. En volgens de volkslegende was er niets wat hij aan zijn zoon overliet.

Als kind moest hij gaan werken om het vak van kleermaker te leren. Op een keer ging hij op bezoek bij zijn oom die pater was bij de Kapucijnen. Toen deze zijn versleten plunje zag, gaf hij Gerardus een nieuwe overjas. En deze ging blij en dankbaar naar huis. Toen hij maar net buiten de kloosterpoort was, zag hij een bedelaar in lompen. De bedelaar vroeg hem om geld, maar dat had Gerardus niet. Alleen die nieuwe jas en hij schonk hem aan de bedelaar.

Gerardus wilde graag broeder of pater worden, maar geen enkel klooster wilde hem opnemen. Jarenlang heeft hij allerlei verzoeken ingediend, die steeds afgewezen werden, want de kloosters vonden hem maar een ‘hopeloos figuur'. Koppig bleef hij echter volhouden. En uiteindelijk trad hij in 1749 in bij de Redemptoristen. Met hen zette hij zich in voor maatschappelijk achtergestelde mensen. Hij werd in 1752 geprofest als lekenbroeder. Drie jaar lang heeft Gerardus daar geleefd als portier, koster, kleermaker en tuinman. Hij werkte onder de armen, preekte en ontzegde zich alles wat naar luxe zweemde. Bij de Redemptoristen vond Gerardus wat hij zocht: stilte en eenzaamheid, armoede en soberheid. In een brief schreef hij dat ze een schraal bestaan hadden, maar dat God altijd bij hun was om te helpen en dat ze altijd bedelaars zouden blijven. Nederigheid en soberheid zijn deugden die vaak met Gerardus Majella worden verbonden. Meestal wordt hij heel eenvoudig afgebeeld met een kruis in zijn handen. Op andere afbeeldingen zie je hem terwijl hij brood uitdeelt aan kinderen. Dat laatste sprak veel mensen aan: zijn zorg voor behoeftige kinderen in het Zuiden van Italië.

Hij stierf op 16 oktober 1755 en werd begraven in het klooster Caposele bij Napels. Als snel verspreidde zich een devotie tot deze volksheilige over Europa, mede door de wonderen die op zijn voorspraak gebeurden. In 1875 worden al 77 wonderen vermeld. In 1847 begon het apostolisch proces, dat op 29 januari 1893 met de zaligverklaring door paus Leo XIII werd afgesloten. Op 11 december 1904 vond de plechtige heiligverklaring door paus Pius X plaats.

De feestdag van Gerardus wordt gevierd op zijn sterfdag, 16 oktober.
Hij is de patroonheilige van kleermakers, portiers en zwangere vrouwen.
Een aan hem gewijd Nederlands bedevaartsoord is het redemptoristenklooster van Wittem.